Mediaknipsel
- liskevanloo
- 14 dec 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 18 dec 2025
"Spreekwoorden of bijzinnen gebruiken? Dan begrijpen onze leerlingen ons niet meer."
In een recent artikel en bijhorende podcast in de rubriek “De Leraarskamer van Knack” delen Vlaamse leerkrachten hun ervaringen met de steeds beperkter wordende taalvaardigheid van leerlingen. Aangezien ik stage loop in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs én drie OKAN-klassen, spreekt dit artikel me extra aan.
Want het gaat niet enkel om anderstalige leerlingen, maar ook om kinderen die thuis Nederlands spreken en toch worstelen met een beperkte woordenschat, moeite hebben met het vormen van correcte zinnen en het begrijpen van figuurlijke taal zoals spreekwoorden. Wat opvalt, is dat taalarmoede niet zomaar het gevolg is van meer diversiteit in de klas, maar vooral samenhangt met een gebrek aan een taalrijke omgeving en het toenemende gebruik van schermen.
Tijdens mijn stage merk ik dat veel leerlingen in het regulier onderwijs knoeien met het formuleren en schrijven van vloeiende zinnen. Daartegenover begeleid ik anderstalige nieuwkomers die in slechts een jaar tijd enorme sprongen maken dankzij intensieve taalondersteuning. Dat laat zien hoe groot het verschil kan zijn wanneer je tijd en aandacht kan geven aan taalontwikkeling. Dit sluit aan bij de bevindingen van de leerkrachten die aan het woord zijn bij Knack.
Het artikel benadrukt terecht dat het taalprobleem niet louter bij de leerlingen ligt. Naar mijn gevoel wordt er te vaak met de vinger gewezen naar zogenaamd lakse kinderen en jongeren, terwijl het de volwassenen zijn die het goede voorbeeld moeten geven. Ouders, kinderbegeleiders en leerkrachten verdienen de ruimte en de tijd om zich écht met kinderen bezig te kunnen houden, om hen te stimuleren en te ondersteunen in hun (taal)ontwikkeling.
In onze drukke maatschappij, waarin uitgeputte ouders, kinderbegeleiders en leerkrachten voortdurend meerdere ballen in de lucht moeten houden, blijft er thuis, in de opvang én in de klas vaak te weinig tijd en energie over om voldoende aandacht te besteden aan taal en zorg op maat. Dat is ontzettend jammer.
Wat me ook aanspreekt in het artikel, is het pleidooi om rijke, uitdagende taal te blijven gebruiken, ook als dat betekent dat sommige woorden en uitdrukkingen extra uitleg vergen. Sommige leerkrachten kiezen ervoor om spreekwoorden en bijzinnen te vermijden, om het leerproces makkelijker te maken, maar zo laten we kansen liggen om de taalvaardigheid echt te verrijken. Tegelijkertijd zie ik dat technologie en nieuwe media een grote rol spelen in het taalgebruik van jongeren. Mijn overtuiging is dat leerkrachten deze tools kunnen omarmen, maar zich ook bewust moeten inzetten om lezen en culturele kennis aantrekkelijk te maken. Begin bijvoorbeeld met aan te sluiten bij de leefwereld van leerlingen: een kort gesprek of debat over hun weekend kan hen uitnodigen om te spreken en naar elkaar te luisteren, om taal opnieuw te beleven als iets levend en gemeenschappelijk. Neem als leerkracht nog eens de tijd om samen een verhaal te lezen in de klas.
De Coronapandemie lijkt de sociale vaardigheden van jongeren onder druk te hebben gezet. Ik merk dat ze soms zelfs niet meer durven spreken of schrijven. Maar ook sociale media en de opkomst van AI verandert hun taalgebruik ingrijpend. Juist daarom is het belangrijk om hen niet alleen digitale tools te leren gebruiken, maar vooral ook te blijven werken aan de basisvaardigheden: lezen, spreken, luisteren en schrijven. Blijf verwachtingen stellen, maar bied tegelijk voldoende steun en ruimte om te groeien.
Deze inzichten versterken mijn gevoel dat taal niet enkel een schoolvak is, maar een samenhangend proces waarin thuis, school en samenleving elkaar raken. Als toekomstige leerkracht Nederlands wil ik mijn leerlingen uitdagen om voor een groep te spreken, opstellen te schrijven én hen daarbij ondersteunen, met oog voor hun achtergrond en mogelijkheden. Want uiteindelijk gaat het om meer dan woorden alleen: taal is de sleutel tot communicatie, begrip en participatie in de wereld om hen heen.



Dag Liske,
Wat een interessant onderwerp!
Ik merk dat jongeren dat steeds meer hun 'eigen taal' zijn gaan gebruiken, die vaak doorspekt is met afkortingen en best zo kort en bondig mogelijk is. Zo merk ik bij mijn eigen kinderen dat ze mijn berichten beantwoorden met 'k' wat dan moet staan voor 'OK' of 'oké'. Niet omdat ze niet weten hoe ze dit moeten schrijven, nee, enkel en alleen omdat alles snel moet gaan in hun wereld. Taal lijkt een middel geworden om zo snel mogelijk een boodschap uit te drukken, waar het enkel nog belangrijk lijkt dat ze elkaar verstaan. Of de zin dan grammaticaal correct is of de spellingregels werden nageleefd, lijkt daaraan ondergeschikt. Ik denk dat het…