top of page
Zoeken

WES 3: Vaktijdschrift

  • liskevanloo
  • 5 apr
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 13 apr

Hoe we praten doet ertoe.


Sinds mijn opleiding toegepaste psychologie en enkele professionele (!) jaren in de (jeugd)psychiatrie, pers ik mijn tanden soms letterlijk op elkaar als ik mijn opruimgrage vriendinnen achteloos hoor spreken over hun “autistisch kantje”. Of wanneer ik op Instagram alweer een reeks reels zie over vermeend narcistische ex-partners en collega’s in de leraarskamer hoor zuchten hoe “depressief” ze worden van vakvergaderingen of administratie.


Want het is niet evident, leven met zo’n diagnose. Echt niet.


Psychodiagnostische labels worden vandaag bijna even gemakkelijk op anderen én op onszelf geplakt als de kanariestickers van Radio 2 of de stripfiguren ten voordele van het Rode Kruis die vroeger op menig bumper van een Volkswagen Golf of een Vlaamse dakgoot prijkten.


Toen ik het artikel Verdrietig of depressief? Hoe we praten over psychische diversiteit in Onze Taal tegenkwam, was mijn interesse dan ook meteen gewekt. Het was de eerste keer dat ik zo bewust stilstond bij het begrip “psychotaal” als een volwaardig onderdeel van onze taal. Het zette me ook aan het denken over mijn eigen taalgebruik. In mijn job als hulpverlener leerde ik mijn woorden zorgvuldig kiezen, afgestemd op de patiënt en andere betrokkenen. Want warme zorg vraagt om warme taal.

 

Het artikel benadrukt dat taal emoties oproept en dat woorden verschillende ladingen kunnen hebben. Woorden doen ertoe. Er is een wereld van verschil tussen spreken over een “uitdaging”, een “kwetsbaarheid” of een “stoornis”. Elk woord roept andere associaties op en beïnvloedt hoe iemand naar zichzelf kijkt. Het begrip “neurodiversiteit” werd niet toevallig geïntroduceerd: het klinkt zachter, minder veroordelend, en laat ruimte om verschillen te zien zonder ze meteen te problematiseren. Door warme, positieve en respectvolle taal te gebruiken, voelen mensen zich sneller begrepen. Als hulpverlener, maar ook als leerkracht, is het belangrijk om daar bewust mee om te gaan.


Wat mij vooral bijblijft uit het artikel, is het idee dat het niet draait om het label uit het handboek der psychiaters en psychologen, de DSM-5, maar om de onderliggende behoefte aan zorg. En net dat kan helpen om het stigma rond psychische moeilijkheden te verkleinen. Taal kan daarbij een brug of net een barrière bouwen.


Voordat ik het artikel las, beschouwde ik het als een nadeel dat er zoveel psychologische begrippen hun weg naar de dagelijkse tussentaal hadden gevonden. Alsof de ernst van de uitdagingen waar patiënten mee worstelen wordt geminimaliseerd. Wanneer iedereen plots “een beetje autistisch” en “depressief” is of “ADHD” heeft, lijkt het alsof de echte last van mensen met een diagnose wordt opzijgeschoven.


De auteur biedt echter een interessante nuance. Want psychotaal kan er namelijk ook voor zorgen dat bepaalde gevoeligheden genormaliseerd worden. Wanneer namen van psychische kwetsbaarheden doorsijpelen naar het dagelijks taalgebruik, worden ze ook bespreekbaar. En dat is, zeker in een samenleving waar mentale gezondheid lange tijd een taboe was, geen onbelangrijke evolutie.


Tijdens mijn stage in het secundair onderwijs merk ik hoe snel leerkrachten, zonder diagnostiek of achtergrondkennis, vaak onbewust, naar psychotaal grijpen om (storend) gedrag in de klas te benoemen of te verklaren. Die stigmatisering stoort me. Jongeren zitten midden in een kwetsbare fase waarin ze hun identiteit vormgeven. Ze zoeken, twijfelen, botsen en worstelen. Elk met hun eigen kleine of grote rugzak. En taal kan daarbij een grote impact hebben.


Als leerkracht Nederlands wil ik dan ook pleiten voor warme, zorgvuldig gekozen, afgestemde (psycho)taal. Taal die de leerlingen optilt, niet neerhaalt of vastzet.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

1 opmerking


Griet
11 apr

Dag Liske,


Een sterke tekst over een onderwerp dat me - vanuit mijn achtergrond als psychologe -heel nauw aan het hart ligt. We zijn met zijn allen inderdaad snel om met labeltjes te gooien. Het rolt er zo uit, zonder erbij stil te staan wat dat écht betekent voor iemand die er elke dag mee leeft.

Zoals je zegt: het is niet zwart-wit. Psychotaal kan tegelijk afvlakken én openbreken. Want hoe meer we erover praten, hoe minder het taboe wordt – zolang we het met respect blijven doen.

En ook met de nodige voorzichtigheid. Zeker in een schoolcontext, want woorden blijven soms langer hangen dan je denkt of wilt. Een achteloze opmerking kan al snel een etiket worden. Dat besef…


Like
pexels-hngstrm-1939485.jpg

Powered and secured by Wix

bottom of page