top of page
Zoeken

WES 4: Mediaknipsel

  • liskevanloo
  • 29 mei
  • 2 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 12 jun

Ieder kind taalheld! Oké, hoe?


In een recent artikel van VRT NWS las ik dat leerkrachten uit 139 Brusselse scholen een opleiding tot taalexpert zullen volgen. Het project kadert binnen de ambitie van minister Zuhal Demir om van elke leerling een “taalheld” te maken. Zoals jullie in mijn vorige posts konden merken, prikkelen zulke krantenkoppen de aandacht van mijn OKAN-hart .


Taal vormt nog altijd een sleutel tot schoolsucces en kansen, niet alleen voor anderstalige nieuwkomers. Ik ben dus best positief over initiatieven om taalbeleid op school te optimaliseren. Ik ben bovendien aangenaam verrast door de grote interesse van scholen in het project. Dat onderstreept hoe groot de nood aan taalondersteuning vandaag is. Taal zit verweven in alle vakken en dat vormt vaak een drempel voor een deel van de jongeren. Instructies begrijpen, vaktaal verwerken, begrijpend lezen, … het bepaalt mee of leerlingen kunnen volgen of afhaken.


Tegelijk merkte ik tijdens het lezen van het artikel dat de verwachtingen opnieuw sterk bij leerkrachten lijken te liggen. Leerkrachten moeten zich bijscholen, extra expertise opbouwen en dat vervolgens ook nog doorgeven binnen het schoolteam. Professionalisering is natuurlijk waardevol, maar het voelt ook alsof er - boven op de vele bestaande verwachtingen - telkens nieuwe verantwoordelijkheden bijkomen


De ambitie klinkt veelbelovend, maar de concrete uitwerking blijft opvallend vaag. We lezen dat leerkrachten een opleiding tot taalexpert zullen volgen, maar wat houdt die opleiding precies in? Hoeveel tijd krijgen scholen hiervoor? Hoe wordt die expertise gedeeld? En vooral: hoe vertaalt zich dat uiteindelijk naar de klasvloer?


Misschien stoort het me dat omdat taalbeleid soms wordt voorgesteld als een wondermiddel dat complexe problemen snel zou kunnen oplossen. Smartschoolberichten met (taal)didactische suggesties verdwijnen in overvolle mailboxen. En op het infobord wordt op de laatste centimeter nog een nieuwe brochure geprikt, terwijl taalverwerving net een langzaam en intensief proces is dat de nodige middelen en aandacht verdient. Zeker bij leerlingen die thuis weinig Nederlands spreken of pas in België zijn.


Net daarom voelt het voor mij dubbel dat er enerzijds nieuwe projecten rond taalbeleid worden opgestart, terwijl er anderzijds bespaard wordt op ondersteuningsvormen binnen OKAN, zoals vervolgcoaches. Binnen OKAN zit net enorm veel expertise rond taalondersteuning, differentiatie en begeleiding van anderstalige leerlingen. Leerkrachten experimenteren daar dagelijks met manieren om taal toegankelijk te maken, vaak met beperkte middelen en tijd. Het lijkt alsof er voortdurend nieuwe structuren worden bedacht, terwijl er op de werkvloer al veel kennis en ervaring aanwezig is. Jammer dat daar dan wordt geschrapt.


Toch wil ik niet té kritisch klinken. Ik vind het positief dat taal zo centraal staat binnen onderwijs. Wie moeite heeft met schooltaal, loopt vaak niet alleen achterstand op bij Nederlands, maar in bijna alle vakken. Als toekomstige leerkracht Nederlands stelt het me bovendien ook gerust dat taalexpertise opnieuw meer gewaardeerd wordt binnen scholen.

Tegelijk hoop ik vooral dat taalbeleid meer wordt dan een vooruitstrevend hoofdstuk in een beleidsplan en ook op de klasvloer de tijd, middelen en ondersteuning krijgt die het verdient.


Want de slogan “Ieder kind taalheld” is mooi. Nu de praktijk nog.

 

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


pexels-hngstrm-1939485.jpg

Powered and secured by Wix

bottom of page