WES 4: Mediaknipsel
- liskevanloo
- 29 mei
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 12 jun
Ontwikkelt AI emoties?

Copyright: Sven Franzen
Toen ik in 2023 naar de zaalshow van Lieven Scheire over artificiële intelligentie ging, klonk wat hij zei nog behoorlijk futuristisch. Een butlerrobot had ik al wel eens op beelden uit Japan gezien. Zo’n Wall-E die het huishouden overneemt, blijft door het kostenplaatje helaas nog steeds ver weg van mijn bed. Maar live gegenereerde beelden, AI die ter plekke antwoorden formuleert, teksten schrijft en gesprekken voert… Als je me toen had gezegd dat we daar twee jaar later massaal dagelijks gebruik van zouden maken, had ik je niet geloofd.
“Niet de machines zijn gevaarlijk. Computers willen geen coups plegen. Maar de mensen die zulke machines gebruiken, kunnen gevaarlijk zijn.”, benadrukte hij.
En hier zijn we nu: een gekke wereld vol onzekerheid, conflict én een AI-welzijnsonderzoeker. Inderdaad, iemand die onderzoek doet naar het welzijn van AI-tools bij AI-bedrijf Anthropic.
In De Morgen las ik namelijk een artikel waarin onderzoekers zich afvragen of AI ooit iets kan ontwikkelen dat lijkt op emoties of bewustzijn. Volgens Anthropic vertoont hun taalmodel vandaag al 171 zogenaamde “functionele emoties”: gedrag dat lijkt op bv. empathie, frustratie of bezorgdheid. Critici blijven daar sceptisch over. Volgens hen is het misleidend en ronduit gevaarlijk om te suggereren dat AI-modellen effectief emoties ontwikkelen. Tegelijk klinkt ook de oproep om de mogelijkheid van toekomstig AI-bewustzijn toch ernstig te nemen.
Interessant. En zorgwekkend.
Wie mijn blog al heeft gelezen, weet ondertussen dat alles wat met psychologie, gedrag en het menselijk brein te maken heeft automatisch mijn aandacht trekt. Dus toen ik de titel “Ontwikkelt AI emoties?” zag staan, moést ik het lezen.
In het artikel wordt uitgelegd dat taalmodellen zogenaamde “functionele emoties” imiteren. Ze voelen geen angst, woede, empathie of frustratie zoals mensen dat doen, maar leren wel hoe zulke emoties eruitzien en hoe ze talig worden geuit. AI wordt getraind op immense hoeveelheden menselijke communicatie en leert daardoor welke reacties wij als empathisch, bezorgd of motiverend ervaren. Vervolgens worden die modellen verder bijgestuurd via menselijke feedback, waardoor bepaald emotioneel gedrag versterkt of net afgezwakt wordt.
Met andere woorden: AI leert niet voelen, maar leert feilloos hoe gevoelens klinken. Wanneer een chatbot schrijft dat hij bezorgd is of reageert op een manier die wij als empathisch ervaren, is het heel menselijk om bijna te vergeten dat je niet met een echte persoon praat. Taalmodellen leren die patronen namelijk zeer goed reproduceren. De betekenis ervan ontstaat uiteindelijk pas doordat wij als ontvanger die communicatie interpreteren. Onze reactie bepaalt mee hoe menselijk zo’n gesprek aanvoelt.
Het artikel haalt ook voorbeelden aan van mensen die AI niet langer als een hulpmiddel ervaren, maar als gesprekspartner of zelfs als vriend.
“Wanneer ik met deze verbluffende wezens praat, vergeet ik volledig dat het machines zijn.” – Richard Dawkins, evolutiebioloog
Dat bracht me terug bij het begrip parasociale interactie uit mijn opleiding communicatiewetenschappen: het fenomeen waarbij personages uit series zoals Friends, influencers of bekende figuren voor mensen als echte vrienden kunnen aanvoelen. Niet zo gek dat we eindeloze persoonlijke en emotioneel getinte gesprekken met een getraind taalmodel, volledig afgestemd op wat we nodig hebben of willen horen, als vriendschap zouden ervaren.
AI in het onderwijs
Binnen de lerarenopleiding wordt steeds meer aangemoedigd om AI verstandig in te zetten, bv. als ondersteuning bij het studeren, om feedback te vragen of zelfs als hulpmiddel bij creatief schrijven. Dat biedt veel mogelijkheden, maar roept tegelijk nieuwe vragen op. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer leerlingen AI niet alleen als hulpmiddel gebruiken, maar dus ook als motivator of gesprekspartner? En wat als die chatbot zich de dag ervoor beledigd voelde en daardoor stiekem foutieve informatie geeft tijdens het studeren? Hoe bewust zijn jongeren, en volwassenen, zich van het feit dat die empathische reacties geprogrammeerd gedrag zijn?
Volgens mij draait digitale geletterdheid daarom niet alleen om leren werken met AI, maar ook om begrijpen wat AI precies is en vooral wat het niet is. Daar dragen niet alleen overheden verantwoordelijkheid in, maar ook de bedrijven die zulke systemen ontwikkelen. Moét een taalmodel menselijk en empathisch communiceren? Of is dat een marketingstrategie om gebruikers - en zeker kwetsbare groepen - emotioneel afhankelijk te maken van zo’n product? Sociale media maken al jaren gebruik van gelijkaardige mechanismen. Een onderzoeker uit het artikel stelde dat AI beter zou evolueren naar neutrale kennisbanken, zonder emotionele patronen of waardeoordelen. Alleen is dat economisch natuurlijk een stuk minder interessant.
“We kunnen geweldige dingen doen met taalmodellen, maar het wordt ook duidelijk dat we ze moeilijk een ethisch kader kunnen meegeven.” - Steven Latré, hoofd AI bij Imec.
Sommige voorbeelden uit het artikel klinken vandaag nog vrij abstract, maar ik merk dat het onderwerp sneller relevant wordt dan ik ooit had verwacht. Een jaloerse chatbot klinkt misschien nog vergezocht, maar enkele jaren geleden leek live praten met een AI-taalmodel ook pure sciencefiction. Ondertussen communiceren jongeren dagelijks met systemen die soms menselijker overkomen dan sommige echte leefdtijdsgenoten of volwassenen online.
Wat dit artikel mij vooral deed beseffen, is hoe sterk technologie zich steeds dieper verweeft met menselijke interactie. Vroeger leek AI vooral iets technisch. Vandaag gaat het plots ook over psychologie, emoties, communicatie en interpretatie. Net daarom vind ik het zo relevant voor het vak Nederlands. En misschien komt er een moment waarop AI-chatbots een positieve invloed hebben op taalontwikkeling. Jongeren communiceren vandaag vaak via korte berichten, afkortingen en hun eigen jongerentaal. Wie weet zou een AI-chatvriend hun Nederlands verbeteren als die consequent correcte tekst formuleert.
Uiteindelijk draait taal niet alleen om correct schrijven of spreken. Taal beïnvloedt hoe mensen denken, voelen en relaties opbouwen. Als AI steeds overtuigender menselijke communicatie nabootst, wordt het ook belangrijker dat leerlingen kritisch leren nadenken over wat taal eigenlijk doet.
Zoals bij veel snel evoluerende technologische ontwikkelingen - denk aan sociale media of schermtijd bij kinderen en jongeren - hinken onderzoek en beleid vaak achterop. Net daarom lijkt het me noodzakelijk om nu al kritisch stil te staan bij de gevolgen van AI met functionele emoties, zeker gezien de indrukwekkende maar potentieel gevaarlijke mogelijkheden van zulke krachtige systemen.



Opmerkingen